Hondsdolheid

Hondsdolheid, ook rabies of lyssa, is een virusziekte die vooral het centraal zenuwstelsel aantast.
Hondsdolheid komt voor bij honden, katten, vossen, vee, reewild en vleermuizen. Verlies van schuwheid, agressiviteit en bijtlust zijn de voornaamste verschijnselen. De overbrenging geschiedt door gelikt, gekrabd of gebeten worden door een aan hondsdolheid lijdend dier. Met het speeksel wordt het virus in de wond gebracht. Wanneer dit het centraal zenuwstelsel bereikt, doen de ziekteverschijnselen zich voor. De incubatietijd bedraagt, al naar gelang de plaats waar men gebeten is, veertien dagen tot meer dan een jaar.

Symptomen
Verschijnselen zijn slapeloosheid, stuipen en angstige visioenen. Kenmerkend is dat slikken bijzonder pijnlijk is. Speeksel wordt niet meer ingeslikt en verschijnt als schuim op de mond. Patiënten durven niet meer te drinken en krijgen zelfs een vrees voor water. Later ontstaan verlammingsverschijnselen die aan de benen beginnen en zich in de richting van het hoofd verplaatsen. IJlen en visioenen gaan aan de dood vooraf, die bij mensen ongeveer acht en bij de hond ongeveer tien dagen na het begin van de verschijnselen intreedt.

Behandeling
De enig mogelijke behandeling is het toedienen van antiserum rond de wond direct na een beet van een besmet dier. Hebben de verschijnselen zich eenmaal geopenbaard, dan heeft het geven van antiserum geen zin meer.

Hoe voorkomen ?
Er bestaat een vaccin tegen hondsdolheid.

border